← Back Published on

Een gepensioneerd ex-kwajongen klapt uit de biecht: "Angst is een woord dat ik nooit heb gekend"

Geld stelen, brandjes stichten en niet terugdeinzen voor een occasionele knokpartij. De kerfstok van William Vanhoof (72) is meer dan gevuld. Vandaag blikt hij terug op zijn woelige jeugd en veelbewogen leven.

by Jari Putteman

Begrijp me niet verkeerd, ik was van nature al een lastig kind. Ik herinner me dat ik als jonge knaap vaak verbleef bij mijn oma in Sint-Gillis-bij-Dendermonde, een typisch boerendorpje. In die tijd – ik moet een jaar of negen geweest zijn – vond je daar regelmatig veldkapelletjes langs de weg, en die stak ik samen met mijn vrienden in brand. Maar daar bleef het niet bij, want ook de prikkeldraad rond de weides knipten we door opdat de koeien zouden ontsnappen. Een nogal verregaande vorm van kattenkwaad, denk ik. Je zou het kunnen vergelijken met de streken van De Witte van Zichem (de schelm uit de roman van Ernest Claes, nvdr.).

Helaas bleef het daar niet bij. Naarmate de jaren verstreken en de situatie met mijn moeder escaleerde, begon ik me steeds agressiever te gedragen. Opgekropte frustraties reageerde ik af op mijn omgeving en ik kwam vaak in aanraking met de politie. In het uitgaansmilieu stond ik bekend als ‘Jeff’, een bijnaam die geïnspireerd was op het hoofdpersonage van de gelijknamige film met Alain Delon uit 1969. Die Jeff had een al even explosief karakter als ik, dus ik kon me daarin vinden. ‘Angst’ is een woord dat ik nooit heb gekend, ik had geen tijd om daarover na te denken.

Opgekropte frustraties

Nochtans had ik er, zonder het te weten, wel reden toe. Zo was ik op een avond met een aantal kameraden afgezakt naar de Macumba, een danscafé op de Vismarkt in Leuven. Een van hen wist te vertellen dat een kennis van mij, André, aan hem had bekend dat hij degene was die de week voordien mijn Ronson-aansteker had gestolen. Met die wetenschap ben ik dezelfde avond nog op zoek gegaan naar André en heb ik hem, in het bijzijn van zijn vriendin, een stevige rammeling gegeven. Daarna heb ik hem niet meer gezien, tot ik enkele weken later hoorde zeggen dat hij was verongelukt. Hij had zich te pletter gereden tegen een boom. Ondanks onze ruzie bleef Andrés dood voor mij een enorme schok, want zoiets wens je uiteraard niemand toe. Niet veel later vernam ik echter dat hij die bewuste dag op weg naar mij en dat ze in het wrak van zijn auto een geladen revolver hadden gevonden.

Ik kan onmogelijk ontkennen dat het gedrag van mijn moeder en de afwezigheid van mijn vader een grote invloed hebben gehad op mijn jeugd en mijn verdere leven. Als je jong bent, onderga je alles en besef je niet dat je grotendeels het product bent van je omgeving. Je denkt dat je alles weet en dat de wereld rondom je gek is. Later, wanneer je kritischer wordt en je jezelf meer in vraag gaat stellen, begint dat pas door te dringen. Mijn vrouw heeft mij daar enorm in geholpen. Zij vult me aan waar ik tekortschiet en heeft me geleerd om rustiger en minder impulsief te zijn. Dat betekent niet dat ik nooit meer fouten maak, want volgens mij kan je jezelf nooit volledig verloochenen.

"Niet veel later vernam ik dat ze in het wrak van zijn auto een geladen revolver hadden gevonden."

Maar hoewel ik mijn ouders – en dan vooral mijn moeder – veel verwijt, moet ik toegeven dat we als gezin ook goede momenten hebben gekend. Want ondanks het feit dat we niet veel geld hadden, stonden mijn ouders er wél op dat we één keer per jaar een maand naar De Panne gingen, waar ze een kelderappartementje huurden. Toen mijn vader heel wat jaren later stopte met studeren en een goedbetaalde job wist te bemachtigen, hebben ze De Panne ingeruild voor de Côte d’Azur en konden we steden bezoeken als Nice, Cannes en Monaco. Dat heeft een enorme indruk op mij gemaakt, want sindsdien ben ik een echte reisfreak geworden.

Het land waar ik uiteindelijk mijn hart aan ben verloren, is Kroatië. Eind jaren tachtig heb ik zelfs mijn carrière in het onderwijs on hold gezet om in Sveti Martin, een klein havenstadje in Kroatië – toen nog Joegoslavië – een duikclub op te richten met een goede vriend die ik er een aantal jaren eerder had leren kennen. In België voelde ik me gevangen in mijn job en diepzeeduiken was voor mij een uitlaatklep, een manier om rust te vinden in mijn hoofd. De club draaide erg goed, maar helaas ben ik na twee jaar noodgedwongen moeten terugkeren naar België omdat de Kroatische Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak en het niet veilig was om er te blijven.

Dat ik er nooit volledig in ben geslaagd om van mijn hobby mijn beroep te maken, is misschien wel de grootste teleurstelling uit mijn leven geweest. Ik heb dat jaren met me meegedragen, zeker omdat die droom op zo’n abrupte manier werd beëindigd. Gelukkig heb ik dat deels kunnen goedmaken door na mijn pensioen aan de slag te gaan als reisleider in de Balkanregio. Die job heeft me mijn vrijheid teruggegeven.”

"In België voelde ik me gevangen in mijn job."

Reisfreak


Want to stay in the loop with the latest blog content? Hit subscribe and receive a weekly update delivered straight to your inbox.

“We waren thuis met vier kinderen, twee meisjes en twee jongens. Ik ben de oudste. Mijn ouders hadden een huis gebouwd in Vilvoorde, aan het einde van een doodlopende straat. Een bescheiden rijhuis, want ze hadden het niet breed. Mijn vader is opgegroeid als wees en was autodidact tot zijn drieënveertigste, terwijl mijn moeder werkte als naaister. Mijn slaapkamer, die ik overigens deelde met mijn broer, bestond uit een bed, een kleerkast en een klein tafeltje dat moest dienstdoen als bureau. Speelgoed hadden we niet. Eens om de drie maanden kreeg ik vijf frank, waarmee ik naar de bioscoop kon. Af en toe waren dat er zes, zodat ik ook nog een stukje snoep kon kopen.

Aan mijn vader heb ik tijdens mijn jeugd weinig gehad. Hij trok zich gewoonlijk terug op zijn kamer om te studeren. Onze opvoeding lag volledig in handen van mijn moeder, die langzaam maar zeker veranderde in een autoritaire, misschien zelfs dictatoriale vrouw. Wat zij wilde, dat was wet. Ook mijn vader moest in de rij lopen, want als hij een pas te veel naar links of naar rechts zette, volgden er represailles. Toch tolereerde hij dat, want hij zag haar graag.

De relatie tussen mijn moeder en mij werd alsmaar problematischer en ik worstelde met onze financiële situatie. Vooral omdat ik zag dat mijn vrienden het beter hadden en meer zakgeld kregen. Ik wilde erbij horen, dus toen ik een jaar of zestien was, begon ik geld te stelen. Dat heb ik een tijdje volgehouden, tot mijn moeder op een dag het exacte bedrag vond onder mijn matras dat bij mijn tante op mysterieuze wijze was verdwenen. Toen heb ik van haar een flink pak slaag gekregen. Met de riem, zoals wel vaker – en ook voor heel wat minder – het geval was.