← Back Published on

Vakantiegenot op eigen bodem: de glooiende landschappen van Nationaal Park Hoge Kempen

Wie bekend is met de term 'staycation', weet inmiddels dat het ook in eigen land fijn vertoeven blijft. Dat is niet anders in Limburg, waar een slordige 12700 hectare groene glorie het decor vormt voor een heuse wereldreis in zakformaat. Uitgestrekt over tien verschillende gemeenten herbergt het Park Hoge Kempen een mengelmoes van vergezichten, ecosystemen en cultuurhistorische weelde. Op een frisse novemberochtend trek ik, onder leiding van gids Felix Deltour, met paard en koets langs de toeristische trekpleisters en verdoken parels van het grondgebied.

by Jari Putteman

Het domein Hoge kempen bevindt zich op een steenworp afstand van de Nederlandse grens en profileert zich als een oase van sereniteit buiten het stadsgedruis van omliggende winkelwalhalla's als Maasmechelen Village en Maastricht. De omgeving ademt een robuuste ongedwongenheid, en met een haast onbegrensd netwerk van fraaie paden en bewegwijzerde wegen die gekoppeld zijn aan zes toegangspoorten, vormt dit enige nationale park van België de ideale uitvalsbasis voor kilometers wandel-, fiets- of rijplezier.

Zutendaal

We trappen onze tocht af te midden van het Zutendaalse geboomte, dat de thuishaven is van recreatieve succesnummers als de Papendaalse surf- en zeilplas, insectencentrum Entomopolis en het vermaarde blotevoetenpad. Als 'groenste snoepje van Vlaanderen' is de met beekvalleien en heiderelicten bezaaide gemeente een weldaad voor het oog van menig toerist, die zonder veel moeite verdwaalt tussen niet te versmaden waterplassen, grillige jeneverbesstruiken en steile zandheuvels.

Rekem

Het hoefgetrappel wordt een eerste keer gestaakt nabij de zogenaamde Vier Landsherensteen, een schijnbaar zedig monumentje dat het verdere verloop van onze tocht zal bepalen. Felix legt uit dat de steen een stuk vaderlandse geschiedenis onthult, zij het met een macaber randje: "Sinds 1979 markeert hij het grenspunt waar ooit de heerlijkheden Zutendaal, Rekem, Opgrimbie en Pietersheim samenkwamen. In de volksmond wordt de plek ook wel 'galling' genoemd, omdat er zo'n vijftal eeuwen geleden een galg zou hebben gestaan." De rillingen die ik voel zijn ditmaal niet te wijten aan de striemende adem van de oostenwind, dus we zetten gauw koers naar het territorium van de volgende landsheer.

Terwijl het Zutendaalse florabestand langzaam uit beeld glijdt, stuiten we op een sober maar statig naoorlogs bouwwerk met hagelwitte gevels die schril afsteken tegen het kleurenpalet van de omringende naaldbossen. Het voormalige kinderpreventorium Ter Dennen, weet Felix te vertellen. "Ten tijde van de oprichting in 1955 gaf het complex onderdak aan kinderen die in behandeling waren voor tuberculose. Enkele jaren later werd het integraal omgevormd tot een 'Kliniek voor Allergie', waar ze tot eind jaren '70 terechtkonden met ademhalingsproblemen." Een strategisch interessante locatie, want het alomtegenwoordige natuurschoon levert zuurstof in overvloed. "Na de sluiting van het preventorium belandde het omstreeks 1993 in handen van het Rode Kruis, en tegenwoordig doet het dienst als opvangcentrum voor asielzoekers".

Op een boogscheut van Ter Dennen lonkt een recentere aanwinst van het Park Hoge Kempen. In 2019 heeft het natuurreservaat Molenberg zich bij het domein gevoegd als groene schakel tussen de aanpalende Ziepbeekvallei en Neerharerheide. Aandacht voor de jonge garde lijkt daarbij een vast patroon te worden, want het gebied is de bakermat van het ooit legendarische Kinderdorp, dat in het collectieve geheugen staat gegrift als toevluchtsoord voor kwetsbare kleintjes. Inmiddels heeft het erfgoed plaats geruimd voor een knap staaltje ongerepte natuur, met als blikvanger een voyante toren voor de vleermuiskolonies die huisden in de kelders van het gewezen conciërgegebouw. Net zo impressionant is overigens ook de priemende aanblik van Vlaanderens eerste natuurbegraafplaats, waar de eenheid met Moeder Natuur zich aandient als uiterste summum van rust.

Opgrimbie

Vanuit Molenberg volgen we de noordwaartse stroom van de Ziepbeek, die ons vloeiend naar de gelijknamige vallei brengt. Na elke bocht ontvouwt zich een nieuw landschap, waarbij elzenbroekbossen, landduinen en kronkelende rivierterrassen elkaar naadloos aflossen. Wanneer we togen naar hogergelegen grondgebied, rolt een heidepad de loper uit naar een uit de kluiten gewassen zitbank die uitzicht biedt over het Maasdal en de Nederlands-Limburgse horizon. De Ziepbeekvallei is een wereld apart, bedenk ik me. En de opmerkelijke biodiversiteit die er gedijt, bevestigt dat andermaal: "In het heldere beekwater spot je de zeldzame beekprik, terwijl bedreigde soorten als de speerwaterjuffer en de hoogveenglanslibel de oevers bewaken", licht Felix toe. "Tussen mozaïeken van gagelstruwelen, wilde orchideeën en veenmossen vind je dan weer glibberige bewoners als de hazelworm, de vinpootsalamander en de gladde slang". Maar ook grotere exemplaren lijken hun weg naar de streek te vinden, getuige de verse afdrukken van everzwijnpoten die kriskras doorheen het perceel lopen.

Na een korte pauze in de weide van brasserie Appelmans – waar we een reddingsoperatie op touw zetten voor een jong, verdwaald hert – belanden we al gauw op een door hoogbossen omzoomde vlakte bezaaid met Angusrunderen die zich tegoed doen aan het kleverige gras. In de verte prijkt het volleig omheinde Koninklijk Domein van Opgrimbie, dat de provincie in 1960 aan wijlen koning Boudewijn schonk. "Het was algemeen bekend dat Boudewijn graag in warme landen verbleef. En omdat de legende stelt dat het warmste punt van België in Opgrimbie ligt, besloot Limburg hem een vakantiestek dichter bij huis te bezorgen". Als we het bos induiken om het domein van naderbij te aanschouwen, botsen we op een rustiek uitziend wachtershuisje en een majestueuze oprijlaan. "Aan het einde van de dreef bevinden zich drie gebouwen: een conciërgewoning, een jachthuis en de koninklijke Villa Fridhem, waar Boudewijn en Fabiola zich veelal 's weekends nestelden". Sinds Boudewijns dood is het domein evenwel in omvang geslonken, vervolgt Felix: "In zijn testament verklaarde de koning expliciet dat hij een deel ervan wenste na te laten aan de slotzusters van de Monastieke Familie van Betlehem, met de bedoeling er een klooster te vestigen. Boudewijn was erg religieus en wist dat de zusters al geruime tijd op zoek waren naar een rustig gelegen stuk grond waar ze in stilte konden samenleven".

Pietersheim

Via een route die vier jaar geleden bekroond werd met het prestigieuze Duitse kwaliteitslabel 'Premium Wanderroute', begeven we ons ten slotte naar de al net zo verheven zuidkant van het Park Hoge Kempen. Het laatste hoofdstuk van onze reis speelt zich af op het voormalige prinselijke domein Pietersheim, dat sinds het vertrek van de familie de Merode in 1971 nog niets aan charme en authenticiteit heeft ingeboet. Centraal op het landgoed bevindt zich, omgeven door historische slotgrachten, de recent gerenoveerde 12de-eeuwse waterburcht, die als stille toeschouwer van kolkende vetes en bloederige veldslagen meteen de aandacht opeist. Aan de rechterkant troont dan weer het neoklassieke Kasteel Pietersheim, dat na een langgerekte carrière als adellijke residentie drie jaar geleden werd omgetoverd tot een sfeervol en luxueus hotel. Al bij al geen wonder dat het domein in 2010 de Vlaamse monumentenprijs veroverde, lijkt me.

Fun fact: Op weg naar het kasteeldomein stuurde een plaatselijke omleiding in Pietersheimbos ons rechtstreeks naar de illustere maar ontoegankelijke stoeterij Zangersheide, waar we een primeur in de wacht sleepten: het aanwezige personeel opende – zij het met zichtbare tegenzin – de deuren naar het rijk van de begeerde Z-paarden en loodste ons langs de stallen ijlings naar de overkant. 'Kort maar krachtig' was nooit zo toepasselijk.


Want to stay in the loop with the latest blog content? Hit subscribe and receive a weekly update delivered straight to your inbox.